Blind typen: waar elke vinger op het toetsenbord hoort

Blind typen is typen zonder naar de toetsen te kijken. Leg je linkervingers op A, S, D en F en je rechtervingers op J, K, L en de puntkomma: dat is de thuisrij. Je duimen rusten op de spatiebalk. Elke vinger typt de toetsen recht boven en onder zijn thuistoets, de wijsvingers nemen ook de kolom ernaast, en na elke toets gaat de vinger terug naar zijn thuistoets. Kijk naar het scherm, niet naar je handen.

Typesnelheid testen

  • Pinken
  • Ringvingers
  • Middelvingers
  • Wijsvingers
  • Duimen
  • Thuistoetsen

Druk op een toets op je toetsenbord: hij licht hier op, samen met de vinger die hem typt.Druk op een computer op een toets om hem hier te laten oplichten en te zien welke vinger hem typt.

Een Amerikaans toetsenbord (US International, de gebruikelijke indeling in Nederland) met elke toets in de kleur van de vinger die hem indrukt. De omlijnde toetsen vormen de thuisrij; de streepjes op F en J zijn de ribbeltjes die je met je wijsvingers voelt.

Welke vinger typt welke toets

Welke vinger typt welke toets
VingerToetsen die hij typt
LinkerpinkA`1QZ
LinkerringvingerS2WX
LinkermiddelvingerD3EC
LinkerwijsvingerF45RTGVB
RechterwijsvingerJ67YUHNM
RechtermiddelvingerK8I,
RechterringvingerL9O.
Rechterpink;0-=P[]\'/
DuimenSpatiebalk

De pinken typen ook Tab, Caps Lock, Shift, Enter en Backspace aan hun kant van het toetsenbord. Voor een hoofdletter houd je Shift ingedrukt met de andere hand: de linker Shift voor letters van de rechterhand, de rechter Shift voor letters van de linkerhand.

Waarom zitten er streepjes op de F en de J?

Met de kleine ribbeltjes op F en J vinden je wijsvingers de thuisrij zonder te kijken. Schuif je handen tot je ze voelt; je andere vingers vallen dan vanzelf op hun thuistoetsen ernaast. Ben je de weg kwijt, zoek dan weer op de tast naar de streepjes in plaats van naar beneden te kijken.

Blind typen of het tweevingersysteem?

Bij het tweevingersysteem zoek je elke toets met je ogen en druk je hem in met een of twee vingers per hand. Dat werkt, en veel mensen die zichzelf hebben leren typen, zijn snel met minder dan tien vingers: in een onderzoek uit 2016 waarin de vingerbewegingen van 30 gewone typers werden gevolgd, haalden mensen die minder vingers gebruikten snelheden die vergelijkbaar waren met die van blind typers.

Wat typers in dat onderzoek snel maakte, was niet het aantal vingers. Het ging erom dat ze elke letter steeds met dezelfde vinger typten, zich al vroeg klaarmaakten voor de volgende toetsen en hun handen stil hielden. Blind typen leert je precies die gewoonten aan, en je ogen blijven op de tekst, zodat je fouten ziet terwijl je ze maakt. Voor de hoogste snelheden wijzen de onderzoekers toch naar blind typen.

Zo begin je

  1. Zit met je onderarmen horizontaal, op gelijke hoogte met het toetsenbord, en houd je polsen recht: ze zweven erboven in plaats van op de rand van het bureau te steunen en omhoog te knikken.
  2. Zoek de streepjes op F en J en leg alle acht vingers licht gebogen op de thuisrij.
  3. Typ langzaam, zonder te kijken. Nauwkeurigheid gaat voor: snelheid groeit door de juiste beweging te herhalen, niet door je met de verkeerde te haasten.
  4. Ga na elke toets terug naar de thuisrij. Elke vinger reikt naar een toets en keert terug.
  5. Neem er telkens één rij bij: eerst de thuisrij, dan de bovenste rij, dan de onderste rij, daarna cijfers en symbolen.
  6. Oefen bijna elke dag een beetje. Korte, regelmatige sessies slijpen de gewoonte beter in dan af en toe een lange.

Onze lessen blind typen volgen deze volgorde; ze zijn alleen in het Engels en gaan uit van een Amerikaans toetsenbord. Ze voegen telkens één paar toetsen toe en laten de toetsen die je mist terugkomen. Ken je alle letters, dan laat de typetest je snelheid en nauwkeurigheid zien.

Op andere toetsenbordindelingen

Op elke gangbare indeling rusten je vingers op dezelfde fysieke toetsen; alleen de letters erop verschillen. Op een Belgisch AZERTY-toetsenbord staat op de thuisrij Q, S, D, F en J, K, L, M; op een Duits QWERTZ-toetsenbord A, S, D, F en J, K, L, Ö. Ook daar zitten de streepjes op de F en de J. Dvorak en Colemak verplaatsen de letters zelf: zie toetsenbordindelingen vergeleken.

Klaar om jezelf te meten? Doe de typetest en lees daarna hoe je sneller typt en wat een goede typesnelheid is.

Bron: Feit, Weir en Oulasvirta, How We Type: Movement Strategies and Performance in Everyday Typing, CHI 2016.